NEDERDUITSCH
EN
HEBREEUWSCH
WOORDEN-BOEK;
Waar in gevonden worden alle de Woorden, in den Hebreeuwſchen Gront-Text des Ouden Teſtaments voorkomende, uit die tale in het Nederduitſch, volgens de kragt en eigenſchap derzelver getrouwelyk overgezet, mitsgaders hunne verſchillende betekenis; met byvoeging van alle de Woorden, waar door in het Hebreeuwſch een en het zelfde Nederduitſche Woort wort uitgedrukt; en agter ieder zyn Wortel- of Grontwoort.
DOOR
ELEASER SOESMAN
I. DEEL
TE AMSTERDAM,
Gedrukt voor den AUTHEUR, waar dezelve te bekomen zyn;
EN
By ARENT VAN HUYSSTEEN, Boekverkooper
op 't Rokkin op de hoek van de Gaperſteeg, 1741.

VOORREDE
AAN DEN
LEEZER.
HOOG-GEACHTE LEEZER!
DAt de Hebreeuwſche Taale de Moedertaal is, waar uit in gevolg van tyd de andere Taalen zyn voortgeſproten, meen ik, dat niet in twyffel behoorde getrokken te worden, als waar in het Gode behaagd heeft, Adam en Eva aanteſpreeken. Om dit overtuigend aan te toonen, zo hebt gy uwe oogen maar te ſlaan op de eige naamen, die van het begin der waereld tot aan de Babiloniſche verwarring aan Menſchen en Plaatzen gegeven zijn; daar wy alhier eenige voorbeelden van bybrengen zullen, wordende die alle van Hebreeuwſche woorden afgeleid, en geenszins van andere Taalen.
De naam van den eerſten Menſch was אָדָם Adam, afſtammende van het woord אָדַם, roodagtig zyn, waar van ook אֲדָמָה de oppervlakte der aarde, die zig roodagtig vertoont, wanneer zy van de Zon beſcheenen word. Dus dat het woord אָדָם Adam iemand betekend van roodagtige aarde gemaakt Gen. 2:7. Zo gaf ook Adam zyne Vrouwe den naam van אִשָּׁה Iſcha Manninne, om dat zy uit den אִישׁ Menſch (Man) genomen is; gelyk ook in het Nederduitſch de naam van Manninne van de naam Man afſtamt. Dit vinden wy in de Heilige Schriftuur nader verklaart, wanneer men op Gen. 3: 20. leeſt; voorts noemde Adam den naam zynes Wyfs חַוָּה Heva of Chavva, afſtammende van het woord חָיָה CHAYA, of חָוָה Chava, betekende levendig zyn, gelyk 'er aldus vervolgt word, om dat zy eene moeder aller levendigen is: Voorts ziet men ook zulks in de Naamen van hunne nakomelingen; קַיִן van KANAH verkregen; want zo word 'er gezegt, Ik hebbe eenen Man van den Heere verkregen Gen 4: I. שֵׁת Seth ſtamt af van שׁוּת SCHOUT, ſtellen of zetten, gelyk er ſtaat; want God heeft my een ander zaat gezet voor Habel. Gen. 4: 25. פָלֶג Phaleg, komende van פִּלֵּג PILLEEG, verdeelen, aldus leeſt men; want in zyne dagen is de aarde verdeelt. Gen. 10: 25. נהַ stamt af van נוּהַ ruſten, ruſt geven, verkwikken, vertrooſten, zo ſtaat 'er; deze zal ons trooſten. Gen. 5:29. Zo is het ook met de Naamen der plaatzen gelegen; want עֵדֶן Eden ſtamt van עָדַן ADAN af, dat zig vermaaken betekent. נָד NOD, aarde der ballingſchap, om dat Caïn daar NOUD נוֹד balling of omdoolende in geweest is. בָבֶל BABEL, verwarringe, en wat diergelyke voorbeelden meer zijn, te lang om hier alle aantehaalen.
My is niet onbekend, dat zommige Geleerden de voorrang aan de Chaldeeuwſche Taale, als of dezelve veel ouder was, hebben gelieven te geeven; dog dat men hier in mistaſt, blykt zonneklaar, dewyl men zeer verlegen zoude ſtaan, indien men alle de Naamwoorden van het Chaldeeuwſch wilde afleiden; waar omtrent wy ons, om kort te zyn, niet verder willen inlaten; kunnende den Onderzoekeren van beide talen genoegzaam blyken, dat aan de Chaldeeuwſche taal die merktekenen van Oudheid ontbreeken, die men in de Hebreeuwſche vind, als zynde dezelve de eenige Moeder-taal, daar alle de anderen taalen uit voortgeſprooten zyn; het welk men gemakkelyk zoude konnen bewyzen, met aan te toonen de merkelyke overblyfſels van de Hebreeuwſche Taale die in de anderen te vinden zyn. Ook is de Hebreeuwſche Taal geheel zuiver en eenvoudig, ontleenende geene woorden van andere Taalen, daar andere egter verſcheidene woorden ontleenen van deeze Moedertaal.
Mogelyk zal men zeggen, dat het Hebreeuws egter geenzins de taal is, die de eerſte menſch in het Paradys heeft geſproken, dewyl de enerlye ſpraak in den toorn-bouw van Babel verwart is geworden. Dog dit bewyſt niets, dewyl het meer dan waarſchynlyk is, dat Sem nooit in dien Tooren-bouw geſtemd heeft; zo is dan deeze Moedertaal by hem en zyne Nakomelingen, dat is by de Heilige Linie, alleen zuiver gebleven, zelfs in Egipten. Want dat de Aartsvaderen in Egipten woonende altoos de Hebreeuwſche taal, zynde zeer verſchillende van de Egiptiſche, gebruikt hebben, blykt, om dat Joſeph, zig houdende als een Egiptenaar, door taalsmannen met zyne broederen ſprak, maar niet, toen hy zig zelven aan hen bekend maakte: ook leeſt men in de Pſalmen, dat als Iſrael in Egipten was, het aldaar een vreemde taal heeft gehoord. Voorts blykt dit uit de naam die aan Moſes gegeeven wierd, zynde מָשׁה het welk in het Egyptiſch uittrekken betekent, volgens Exod. II: 10, ende zy noemde zynen naame משֶׁה Moſes, zeggende, want ik hebbe hem uit het water getogen.
Dat deeze Taal vervolgens de eerſte en oudſte van alle Taalen is, kan men uit derzelver zuiverheid, kracht, en cierlykheid nagenoeg afneemen; want zy heeft geene vermenging van vreemde woorden, nog leid haare woorden uit de wortel-woorden van andere Taalen af, maar alle, ten minſten de meeſte haarer werkwoorden, beſtaan uit drie letters, zynde een volmaakt getal, en hebbende eene voorname betekenis, van welke alle de anderen worden afgeleid. Boven dien drukt deeze Taal de zaaken zo welgevoegelyk, en met de natuur daar van overeenſtemmende uit, dat geene andere Taal daar by kan vergeleken worden, ook geeft ze door de verſcheidene buigingen der werkwoorden de verſcheidene betekeniſſen zo kort te kennen, dat ze alle anderen daar in verre overtreft, als hebbende veel meer woord-greepen dan de Hebreeuwſche.
Eindelyk heeft ze eene cierlykheid die haar alleen eigen is, en in geene andere Taal kan overgebragt worden, waarom Lutherus zeer wel zegt: De Hebreeuwſche Profeeten te doen ſpreeken in het Duitſch, of in eene andere Taal, is zo veel, als of men den Nachtegaal zyn zoet gezang deedt verlaaten, en dwong als den Koekoek te roepen.
Uit het gezegde blykt dan klaar, dat deeze Taal van de Schepping af met Adam gebooren is geweeſt, zynde zonder verbaſtering gebleeven tot op de Babiloniſche wegvoeringe, en als nog zuiver in Gods Woord overgebleven, gelyk het zelve aan ons door Esdras is ter hand geſteld, en het geen men daar in niet vind, is verlooren. Dat het volk nu na de wederkeering uit de Babiloniſche gevangenis het zuiver Hebreeuws ontwend was, blykt uit Nehem. VIII. alwaar men leeſt, dat Esdras en Nehemias de Wet voorlezende, te weeten in 't Hebreeuws, dezelve verklaarden (namelyk in de taal, dien het volk doen gewoonlyk ſprak, zynde wel het Hebreeuwſch, maar zeer door het Chaldeeuwſch verbaſtert,) op dat het gemeene volk die zoude verſtaan, dewyl den Text zuiver Hebreeuws was, gelyk dezelve nog is, zodanig als die niet alleen door Adam, maar ook door Sem en alle zyne Nakomelingen, tot op het wegvoeren van de Joden na Babel geſproken is; hebbende het God behaagd, zyne Wetten en Inzettingen daar in aan zynen getrouwen knegt Moſes bekend te maaken, en de gezichten en openbaaringen zyner Propheten daar in te doen beſchryven. Aldus zegt de Hoog-Geleerde Hoog-Leeraar Johannes Leusden, in de Voorreede van zyn voortreffelyk Woordenboek, gedrukt tot Utrecht Anno 1668, by Kornelis Coesveld: Deeze is de eerſte Taal, die in de waereld geweeſt is, deeze is van GOD met Adam geſchapen, GOD heeft met deeze Taal Adam en de Heilige mannen, omtrent zeventien honderd Jaaren lang, alleen aangeſproken; want daar was geene andere Taal; en deeze Taal was zo lang alleen (Gen XI: I.) tot dat Noachs Nakomelingen, den Toren van Babel bouwden.
Voorts dat deeze taal de gewoone taal der Jooden is geweeſt tot aan de Babiloniſche wegvoeringe, is duidelyk te zien by Jeſaias 36:11. Doe zeiden Eliakim en Sebna ende Joaſch tot Rabſake, ſpreekt dog tot uwe knegten op Syriſch, want wy verſtaan het wel; ende en ſpreekt niet met ons op Joodſch voor de ooren des volks, dat op den muur is: en door dit Joodſch word de Hebreeuwſche taale verſtaan: Ook blykt het, dat het volk, uit de Babiloniſche gevangenis wederkeerende, het Hebreeuwſch voor een groot gedeelte ontwent was, uit Nehem. 13:24. Ende hare Kinderen ſpraken half Asdodiſch, ende zy en konden geen Joodſch, dat is Hebreeuwſch, ſpreeken: Dog dat de Propheten altoos tot de Jooden in 't Hebreeuwſch ſpraken, maar hunne taal veranderden, als zy hunne woorden tot de Heidenen wenden, zien wy uit Jerem. 10, alwaar vs. 10 tot de Joden in het Hebreeuwſch geſproken word: Maar de Heere Godt is waarheid, hy is de levendige Godt, ede een eeuwig Koning: van zyne verbolgentheid beeft de aarde, ende de Heidenen en konnen zyne gramſchap niet verdragen. Hier op word 'er gezegt, by wyze van eene inlaſſing en ſpraakwending tot de Heidenen in 't Chaldeeuwſch, in het II vs. Aldus zylt gy lieden tot hen zeggen; de goden, die den Hemel en de Aarde niet gemaakt en hebben, zullen vergaan van der aarde, ende van onder dezen Hemel. Waar op de Propheet voortgaat de Jooden in het Hebreeuwſch aan te ſpreeken, in het I2 vs. en vervolgens.
Het geſtelde aldus betoogd hebbende, zo laat ons ook iets van de groote nuttigheid deezer taale zeggen. De nuttigheid van de Hebreeuwſche Taale is zo groot, dat iemandt, die dezelve niet verſtaat, van de kracht der Godſpraken geen volkomen kennis kan verkrygen, zynde gelyk het gemeene volk, dat geene toegang tot de Heiligdommen had, maar die deeze grondtaale verſtaan, zyn gelyk de Prieſters, die tot alle de vertrekken daar van mogten naderen, om die naauwkeurig te beſchouwen. Zynde vervolgens deeze Taal niet alleen noodig, ...


(werk in uitvoering)